Het aanbod is groot en de rackets lijken op elkaar. Toch speelt het ene racket heel anders dan het andere. Het juiste racket maakt goede techniek makkelijker; het verkeerde zit je in de weg. Hieronder leg ik uit waar ik op let als ik iemand advies geef.
Geen zin om alles te lezen? Doe de racketcheck: in een minuut zie je welke rackets bij je passen.
1. Gewicht
Het gewicht is het eerste waar ik naar kijk. Ik bedoel het gewicht zonder snaren, zoals HEAD het opgeeft. Een zwaarder racket is stabieler en vangt meer van de schok op; een lichter racket is makkelijker te zwaaien. Te licht is ook niet goed: dan komt de schok juist in je arm terecht. Daarom kies ik bij armklachten niet het lichtste racket.
| Ervaring | Licht | Gemiddeld | Sterk |
|---|---|---|---|
| Nog nooit gespeeld | 255–265 | 260–275 | 270–285 |
| Minder dan 1 jaar | 255–270 | 265–280 | 275–290 |
| Recreatief of lagere competitie | 260–280 | 275–295 | 285–305 |
| Hogere competitie | 280–300 | 295–310 | 300–320 |
Voor vrouwen ligt het advies 10 gram lager.
2. Slagvlak
Het slagvlak is de grootte van het blad. De standaard is 645 cm² (100 inch²). Een groter blad, 660 cm² of meer, heeft een grotere sweet spot: een bal die je niet precies midden raakt, gaat toch nog goed. Daarom adviseer ik beginners een groot blad, en nooit kleiner dan 645 cm². Wie de bal al goed raakt, kiest voor 630 tot 645 cm²: dat geeft meer controle.
3. Balans
De balans zegt waar het zwaartepunt ligt, gemeten vanaf de onderkant van de grip. Hoe hoger het getal, hoe kopzwaarder. Een kopzwaar racket (boven de 335 mm) geeft makkelijk power, maar vraagt meer van je arm. Een koplicht racket is wendbaar en fijn aan het net. Heb je last van je arm, dan kies ik geen kopzwaar racket.
4. Stijfheid
De stijfheid van een frame wordt gemeten in RA. Rond de 60 is een frame soepel en comfortabel; vanaf 66 noem ik het stijf. Een stijf frame geeft meer power, maar stuurt ook meer trillingen naar je pols en elleboog. Heb je arm- of polsklachten, of mis je comfort, dan kies ik een frame met RA 62 of lager.
5. Swingweight
Twee rackets van hetzelfde gewicht kunnen heel anders aanvoelen. Dat komt door het swingweight: hoe zwaar het racket voelt als je zwaait. Een hoger swingweight is stabieler en geeft meer gewicht achter de bal; een lager swingweight is wendbaarder. In het advies van de racketcheck zie je het per racket in de balkjes.
6. Het karakter van de HEAD-series
Elke serie van HEAD heeft een eigen karakter. HEAD zet ze in een kompas: spin boven, gevoel onder, controle links en power rechts. Mis je iets in je huidige racket, meer power, controle, spin of comfort, dan kies ik een serie die precies dat toevoegt.
| Serie | Karakter | Zo speelt hij |
|---|---|---|
| Speed | allround, power | Precieze power: allround en snel door de lucht. |
| Gravity | controle, comfort | Precies gevoel: veel controle, zacht in de hand. |
| Radical | controle, spin | Precieze spin: controle met veel spin. |
| Boom | power, comfort | Power met gevoel: makkelijk diepte, comfortabel. |
| Extreme | spin, power | Power en spin: gemaakt voor topspin. |
| Instinct | power, comfort | Makkelijke power, met comfort. |
| Prestige | controle | Pure controle, voor de gevorderde speler. |
| SQUARED | comfort, controle | Wendbaar en comfortabel: het meest koplichte racket van HEAD, met een dubbel frame dat trillingen dempt. |
7. Rackets voor de jeugd
Bij jeugdspelers telt de lengte van het racket het meest. Een te lang racket is te zwaar en maakt goede techniek moeilijk. Een te kort racket geeft te weinig bereik en te weinig vaart, en die vaart heb je juist nodig als de baan groter wordt.
| Lengte | Racket |
|---|---|
| korter dan 115 cm | 21 inch |
| 115–130 cm | 23 inch |
| 130–145 cm | 25 inch |
| 145–155 cm | 26 inch |
| langer dan 155 cm | Licht volwassen racket (255 – 265 g) |
| Bal | Racket |
|---|---|
| Rode bal | 21 of 23 inch |
| Oranje bal | 23 of 25 inch |
| Groene bal | 25 of 26 inch |
| Gele bal | 26 inch; vanaf 12 jaar ook al 27 inch (licht volwassen racket) |
Speelt je kind net, of één keer per week, dan is graphite composite prima: licht en betaalbaar. Speelt je kind meerdere keren per week of competitie, dan kies ik volledig grafiet: dat geeft meer gevoel en stabiliteit.
Veel juniorrackets bestaan in verschillende uitvoeringen die technisch precies hetzelfde zijn. Dan mag je kind gewoon kiezen welke het mooist is.
8. Gripmaat
Met de juiste gripmaat hoef je niet te knijpen. Wie knijpt, leert een verkeerde techniek aan en loopt meer kans op blessures.
Heb je al een racket?
De maat staat onderop de dop. Pak je racket vast zoals bij een forehand, alsof je het racket een hand geeft, en schuif de wijsvinger van je andere hand tussen je ringvinger en je handpalm. Past hij precies, dan is de maat goed. Past hij er niet tussen, dan is de grip te klein; zit er ruimte over, dan is hij te groot.
Nog geen racket?
Leg je speelhand plat met gestrekte vingers en meet van de lijn bij je pols tot de top van je middelvinger.
| Handlengte | Gripmaat | Inch |
|---|---|---|
| 17 cm | 000 | 3 3/4" |
| 17,5 cm | 00 | 3 7/8" |
| 18 cm | 0 | 4" |
| 18,5 cm | 1 | 4 1/8" |
| 19 cm | 2 | 4 1/4" |
| 19,5 cm | 3 | 4 3/8" |
| 20 cm | 4 | 4 1/2" |
| 21 cm | 5 | 4 5/8" |
Zit je tussen twee maten, kies dan de kleinere: met een overgrip maak je de grip iets dikker, dunner maken kan niet. Jeugdspelers spelen meestal tot en met maat 2, vrouwen tot en met 3 en mannen tot en met 4. Twijfel je, dan meten we het in de les.
9. Snaren en spanning
De snaar maakt net zoveel uit als het racket. Een zachte multifilament op een iets lagere spanning voelt comfortabel en spaart je arm. Een polyester snaar geeft meer controle en spin, maar is stugger: die past beter bij spelers die hard slaan. Als vuistregel laat je je racket zo vaak per jaar bespannen als je per week speelt.
10. Uitproberen
Twijfel je tussen twee rackets? Vraag in de les of je er een kunt proberen. Testrackets zijn beperkt beschikbaar, maar we kijken graag wat er kan.
Weten welke rackets bij jou passen?
Beantwoord een paar korte vragen en je krijgt advies, met de cijfers erbij.
